Menu

Verbeterde waterhuishouding 

Omdat er in Vlaanderen bezorgdheid bestaat dat de Zwinuitbreiding risico’s inhoudt voor verzilting van het grond- en oppervlaktewater, werd er in Vlaanderen een raamakkoord gesloten onder voorzitterschap van de gouverneur van West-Vlaanderen. Doel van dat akkoord is om op een geïntegreerde manier te komen tot een verbeterde waterhuishouding in de Oostkustpolder, om problemen van verzilting, overstromingsschade en droogte te voorkomen. Het raamakkoord werd gesloten door alle betrokken partijen: de bevoegde ministers, de Vlaamse Milieumaatschappij, het Agentschap voor Natuur en Bos, het Agentschap Maritieme Dienstverlening en Kust, de Vlaamse Landmaatschappij, de Provincie West-Vlaanderen, de Gemeente Knokke-Heist en de Oostkustpolder. Het akkoord verduidelijkt wie wat doet en wie welke werken uitvoert en financiert.

Voor het waterbeheer bepaalt het raamakkoord dat de Zwinnevaart-Isabellavaart in de toekomst weer via het Zwin zal kunnen afwateren, net als vroeger. De omgeving van de Zwinnevaart-Isabellevaart zal daarvoor landschappelijk en ecologisch heringericht worden door de Vlaamse Milieumaatschappij.

Daarnaast wordt er een nieuw visvriendelijk pompsysteem voorzien ter hoogte van het Zwin. In samenwerking met Aquafin wordt verder gestreefd naar een algemene verbetering van de waterkwaliteit.

De uitvoering van het raamakkoord zal gebeuren via het landinrichtingsproject Zwinpolders. Via dat gezamenlijk project, dat gecoördineerd wordt door de VLM, zullen de partners in de omgeving van het Zwin ook investeren in nieuwe wandel-, fiets- en ruiterverbindingen, herstel van erfgoed en natuur (forten, dijken, kreken, graslanden), en het onthaal van bezoekers (oude waterzuiveringssite). Het project wordt in het voorjaar van 2015 ter goedkeuring voorgelegd aan de Vlaamse Regering. De VLM hoopt vanaf 2016-2017 van start te kunnen gaan met de werken (www.vlm.be).

Aan Nederlandse zijde zal een infiltratietransportriool aan de voet van de nieuwe dijk overtollig infiltratiewater van de aangrenzende percelen opvangen. Daarnaast worden – in overleg met de verschillende grondeigenaars – nog bijkomende maatregelen getroffen, o.m. het aanleggen van drainage, het graven van sloten en het ophogen van een aantal lager gelegen percelen.