Menu

Opvolging van de ingrepen 

In afwachting van de start van de werken werd de huidige situatie van het hele Zwingebied geïnventariseerd. Die inventaris van o.m. hydrologie, bodem, vegetatie en bepaalde diersoorten en insecten, zal dienen als basis bij het opvolgen en evalueren van de uitvoering van de maatregelen.

 

 

In de periode 2011-2015 kon, met Europese steun via het LIFE-natuurproject ZTAR, grootschalige natuurherstel gebeuren in de bestaande Zwinvlakte. Het Agentschap voor Natuur en Bos liet alles wetenschappelijk opvolgen door de West-Vlaamse Intercommunale in samenwerking met INBO, Universiteit Gent en Natuurpunt Studie. De resultaten van deze monitoring zijn sinds december beschikbaar in een rapport. De ingrepen worden positief geëvalueerd, maar het blijkt duidelijk dat de uitbreiding van het Zwin meer dan broodnodig is om de natuur hier duurzaam in stand te blijven houden.

In 2014-2015 maakten het Agentschap Natuur en Bos (ANB) en de Provincie Zeeland in samenspraak met de Stichting het Zeeuwse Landschap en het Agentschap Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK) in het kader van de monitoring van het natuurpakket Westerschelde (Nl) en de lopende monitoring in het Zwin (Vl, zie rapport hierboven) werk van een grensoverschrijdend plan van aanpak voor de monitoring van de Zwin Uitbreiding. Deze ging van start in het voorjaar van 2016 en resulteerde in oktober 2016 in een eerste rapport waarin het monitoringsplan en de t0-situatie worden beschreven. De monitoring loopt tot 2033.

 

Het is de bedoeling om de inventaris in de loop van de komende jaren altijd up-to-date te houden op www.natuurenbos.be.

Om de invloed van de uitbreiding van het Zwin op het grondwater te kennen werd de situatie (“nul-situatie”) vóór de uitbreiding in kaart gebracht en vastgelegd. Dit onderzoek werd gefinancierd door het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust en de Provincie Zeeland en gebeurde in samenwerking met de Vlaamse Milieumaatschappij en de VNSC. Het rapport die de uitgangssituatie heeft vastgelegd is nu beschikbaar.
> Download dit rapport

Sinds 2013 wordt ook het zoutgehalte in het oppervlaktewater op 5 meetpunten nauwgezet door de VMM opgevolgd. Uit deze resultaten blijkt dat sommige waterlopen nu een duidelijk zoet karakter hebben, zoals de Paulusvaart. De Zeedijkader en de Nieuwe watergang hebben momenteel, voorafgaand aan de Zwinuitbreiding, een brak tot zelfs licht zout karakter te wijten aan drainage en zoute kwel. Ook de waterkwaliteit van de Zwinnevaart en Isabellevaart worden opgevolgd door de VMM. Uit de metingen blijkt dat de waterkwaliteit in het stroomgebied van de Zwinnevaart en Isabellavaart globaal gezien als vrij goed kan bestempeld worden. Fysicochemisch scoort de Zwinnevaart iets beter dan de Isabellavaart.

  • Totaal stikstof scoort voor Zwinnevaart goed, terwijl deze parameter in de Isabellavaart maar matig scoort.
  • Nitraat bepaalt in beide waterlopen het grootste aandeel van de stikstofparameters en vertoont vnl. pieken tijdens het winterhalfjaar. Tijdens het zomerhalfjaar is er sprake van organische belasting (vnl restverontreiniging door huishoudens, en ook gedeeltelijk afkomstig van de landbouw). In het voorjaar treedt dan ook regelmatig zuurstofoververzadiging t.g.v. algenbloei (eutrofiëring).
  • Op de paramater fosfor scoren Zwinnevaart en Isabellavaart het slechtst. De score ligt nog ver verwijderd van de doelstelling die moeten gehaald worden in het kader van de EU Kaderrichtlijn Water.
  • De biologische kwaliteit op basis van macro-invertebraten is matig goed.

De waterkwaliteit wordt ook de komende jaren verder nauwgezet opgevolgd.